In het gezelschap van mijn knieën

Project in ontwikkeling

 

In het gezelschap van mijn knieën is een levend leesproject dat aan alle luisteraars de kans biedt om mee te spelen in het verhaal dat ze horen door een mini objecttheater dat aan iedereen wordt uitgedeeld.

Dit project bestaat uit drie uitvoeringen van 45 minuten die los van elkaar bestaan. Ze zijn bedoeld voor een publiek van alle leeftijden waarbij maximum 50 personen in eender welke ontvangstruimte (bibliotheek, theater studio, een blanco ruimte met daglicht en zelfs in open lucht) op een stoel zitten.

Een verteller of vertelster vertelt een verhaal dat de toeschouwers met eigen handen tot leven brengen door middel van een maaksel dat op hun knieën ligt. Afhankelijk van het verhaal zijn dat kubussen om te monteren, kralen die men aaneenrijgt of stoffen die moeten openvouwen worden om de draden te kunnen volgen.

 

Onder-bovenkant

“Mijn leven is slechts een illusie', zegt de mol tegen de worm. Alles wat ik wil bijhouden, glipt uit mijn handen. Jij begrijpt dat niet, want jij hebt geen armen; maar kijk, bij ons mollen is het alsof onze armen er achterstevoren werden opgeplaatst; de linkse in de plaats van de rechtse en andersom. Elke keer als we iets willen pakken, duwen onze handen het opzij. Tegelijkertijd is het wel deze beweging die ons vooruit helpt, constant op zoek naar iets dat we nooit zullen verkrijgen."

Bergcircus

Tijdens het lezen botste de kleine stapel botten blij verrast op een analyse die verbanden legt tussen adelaars en hun maaltijdresten.
Steenarenden kunnen eindeloos blijven staren naar de botten van de prooi die ze net hebben opgepeuzeld. Misschien stelt deze vorm van meditatie hen in staat om in alle serentiteit om te gaan met de dood die hen constant omringt.
“Dood, weer die dood! Waarom is iedereen er zo door gefascineerd behalve ik?” ergerde de stapel botten zich, terwijl ze er wel heel prat op ging om de belangstelling van die heren uit de lucht weg te kapen.

Stenen harten

« Excuseer me lieverd,” zegt de smaragd tegen het stuk krijt, “maar eindelijk ben ik weer vrij. Je kan je niet voorstellen in welke omstandigheden ik tot nu toe geleefd heb.” In een ononderbroken stroom van woorden vertelde ze haar levensverhaal. Zonder ook maar één detail achterwege te laten, verhaalde ze over haar ontginning in een ondergrondse mijn in Colombia, over haar reis naar India voor een eerste vormgeving en over haar verblijf in Frankrijk. Daar werd ze overgebracht naar een gespecialiseerd atelier, waar ze bijgewerkt, gepolijst en geslepen werd in duizend facetten die allen beantwoordden aan le grand chic parisien.
Uiteindelijk werd ze in een ring gezet. Geketend was ze slaaf van een gouden cirkel die ze niet kon verdragen. "Ik weet niet wat me te wachten staat, ik geniet van het moment.”